Doorgaan naar hoofdcontent

dieren gedicht deel 3...

Zijn neefje is van oudsher onheilsbode
als hij je pad kruist. Maar dit grote kwaad
is zwartfluwelen pech in het kwadraat:
waar hij passeert, valt altijd wel een dode.

Lui ligt hij op een tak, een jachtmethode
waarbij hij zich alleen maar vallen laat.
De dolken in hun schedes, maar paraat
te doden om den vleesbeladen brode.

Hij heeft zijn koplampen nu uitgedaan
en slaapt net als een grote poes, geduldig,
terwijl de oortjes nog in waakstand staan.

Het kwaad is altijd zwart, de goedheid wit.
En toch, en toch. Hier is het zwart onschuldig.
Maar hoed je voor het lelieblank gebit.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Psalm 16

Heer, God die altijd IS, vaak heb ik aangelopen achter mijn gedachten. Woorden, als waren ze mijn God. Nu dank ik U. Mijn lief, mijn troost, U geeft mij U zelf. U bent de beker waaruit ik drink. U bent het brood dat ik eet. 's Nachts en overdag verheugt heel mijn lichaam zich, verblijdt zich mijn geest. Door alles heen stel ik mij U voor ogen. U laat mij leven. In U gerustben ik geborgen. Het kwaad en zijn dreigen Gaan door uw trouw voorbij. Tot in uw Rijk mag mij hart wonen bij U.

mijn vleugels Jesaja 40:31

God, leer mij mijn vleugels gebruiken als 'k mij in de diepte bevind. Help mij om naar boven te stijgen zodat mijn geloof het toch wint! Bevrijd mij van angst voor de feiten waardoor mijn bestaan lijkt bepaald. Leer mij naar uw horizon kijken van waaruit uw licht mij bestraalt. dan zal ik mijn kracht nooit verliezen, al wee ik mij nog zo beknot. 't Geloof geeft mij adelaarsvleugels en tart elke speling van 't lot. God, blijf met uw kracht in mij werken, bepaal mij bij uw perspectief, zodat ik verruimd en verademd uw zuivere luchten doorklief